Thursday, 11 September 2014

50 tinten grijs bij de Mongoolse Politie?

Tsja, reizen is niet alleen maar leuk. Soms gebeuren er dingen die je liever niet had willen laten gebeuren. En ja, dat overkwam mij ook. Maandag avond. Op weg van UB downtown naar mijn appartement. Zo'n 10 minuten lopen. Een stuk dat ik de afgelopen dagen elke dag minimaal een keer loop. En daar gebeurde het. Mijn portemonee gejat. En nee, ik heb niets gemerkt. Nog steeds vraag ik me af of het nou in de State Department Store gebeurd is of op straat. Afijn. It happened. En ja, het is vervelend. Maar het waren alleen bankpasjes, een credit card en wat Mongoolse Tugruk. verder niets. geen paspoort. Geen camera. Geen telefoon. De passen zijn geblokkeerd. Money gone. Maar ja, wel naar de politie dus. En dat was best wel een kleine belevenis. Niet alleen omdat er niemand engels spreekt (gelukkig waren de dochter en zoon van het gezin waar ik verblijf met mij mee) maar ook door waar ik terecht kwam. In een kamertje. De twee bureaus pasten er nauwelijk is. Net als de twee agenten die hier aan het werk waren. Nog een bankje langs de muur. En daarop mochten wij zitten. Maar eerst moesten we nog langs iemand anders. Een man die op zijn knieen voor de verwarming zat. Zijn handen achter op zijn rug, en zijn handen in de handboeien. En die handboeien weer vastgeketend aan de verwarming. Ik heb toch even met mijn ogen moeten knipperen  en rondmoeten kijken of ik niet per ongeluk een scene van 50 tinten grijs was binnen gestapt. Maar nee. En het gesprek? Dat ging via een doorgeef telefoon. De vrouw van de de zoon des huizes spreekt redelijk goed engels. Dus zoonlief legt situatie uit, ik krijg de telefoon en de engelse vertaling, en geef aan dat ik voor de verzekering een bewijs nodig heb, de telefoon gaat vervolgens naar de politie agent, weer terug naar mijn, naar de zoon, mij, de politie agent, de dochter, etc. En na een kwartier gaf de politie meneer aan dat er vandaag niemand was die me kon helpen. Ik moest morgen maar terug komen. Zo werkt dat hier ook. Gelukkig is het politie kantoor aan de overkant. En nu ben ik dus een document rijker van de Mongoolse politie, met stempel en handtekening, maar het enige leesbare is mijn naam. Zo dus...

Inmiddels zit het project waar ik op gewerkt heb er zo goed als op. Bijzonder, ook door de taalbarriere, bijzonder door de mensen, bijzonder door wat ik hier mag doen. De uiteindeijke opdracht: help ons met een marketing strategie. De afgelopen dagen heb ik doorgebracht met het voorbereiden en geven van workshops. Workshops over hoe je een marketing plan schrijft, en workshops over de invulling daarvan. Een workshop over branding en het maken van een brand key. En daarna de brand key zelf maken. Veel discussies gehoord waar ik soms geen touw aan vast kon knopen. Ennu, twee weken verder kan ik er nog steeds geen touw aan vast knopen. Maar ik ben wel trots. Trots op wat het team bereikt heeft in deze twee weken. Heb ik ze ook gezegd. het marketing plan dat er ligt is echt hun marketing plan. Ik heb het alleen maar op papier gezet, heb ze uitgedaagd, soms gedwongen even andere dingen te doen dan ze gewend zijn en dit is dan het resultaat! Morgen presentatie aan het hele bedrijf (22 man), en dan lunchen met het team. En 's middags heb ik nog een cadeautje voor ze. Een document met daarin van alles op het gebied van marketing. Van de inhoud van de workshops tot en met aantal linkjes voor inspirerende websites en andere inspiratie bronnen. Strategien en hoe schrijf je een briefing en welke middelen kun je inzetten.

Vanmiddag even gespijbeld samen met ander vrijwiligster. Moesten ons  visum laten verlengen en we hadden bedacht dat we op de terug weg van het vliegveld net zo goed een tussenstop konden maken bij het Winterpaleis. Bijzonder weer!






Sunday, 7 September 2014

Just one of those days...

Daar is ie dan. Zo'n dag waarop het gewoon niet gaat zoals je wilt dat het gaat. Een dag waarop ik besluit om naar het Museum of Fine arts te gaan maar beland in het Nationaal Museum van Mongolie. Gevalletje van een straat te ver lopen. De wisseling van de wacht is bijzonder. Maar bij de eerste foto wil mijn camera niet scherp stellen en na een paar minuten realiseer ik me dat ik hem gisteren op handmatig heb gezet. Zo'n dag dus...

Maar soms loopt het dan toch weer anders dan verwacht. Want ja, het uitje naar het worstelen was bijzonder. Leuk met andere vrijwilligers, bijzonder omdat worstelen toch echt wel bijzonder is. Mannen in traditionele outfits. Niets commercieels. Geen Nike, geen Adidas of Puma. Gewoon een blauwe, rode broek van weet ik veel wat voor stof. Geborduurd en wel. Niets stretch. Net als het jasje. Mouwen met een rugpand. Aan de voorkant vastgeknoopt met een touw. Ook hier geen stretch. Maar wel sterk materiaal, want ik heb bij het betere trek en duw werk toch echt geen naden zien scheuren. Het worstelen bestaat uit allerlei kleine ceremonies. Zo kom je de arena in en ga je even door de knieën terwijl je op je dijbenen slaat en je rent vervolgens in een sukkeldrafje richting je trainer die je bij je schouder pakt en met de andere hand omhoog een rondje maakt. Aan het eind krijg je van de trainer een klapje op je schouder en wordt je pet afgenomen, en na wat opwarmoefeningen ben je klaar voor de strijd. Je schudt elkaar de hand. Kijkt elkaar diep in de ogen en grijpt elkaar beet. Bij de pijp van de broek, of bij het koord dat het hesje vastmaakt. En dan probeer je de ander op wat voor manier ook op de grond te krijgen. En als je wint dan doe je een overwinningsdansje, laat je de verliezer onder je arm doorlopen en geef je hem een vriendschappelijke tik op de billen terwijl jij van je trainer je pet weer krijgt, een rondje maakt om de vlag en dan klaar bent om het strijdtoneel te verlaten.  Zo ongeveer. En in het heetst van de strijd kun je van de scheidsrechter een duwtje krijgen als je van de mat af dreigt te stappen, of voor een kleine time-out zorgen bij de dienstdoende dokter (lees man in witte jas) die je voorziet van een zakdoekje om vervolgens het strijdtoneel weer te betreden. En als je denkt dat dat allemaal een voor een gaat. Nee hoor. Want ook in de arena kun je ten val komen door een botsing met een ander worstelend stel. Gevalletje pech.

Maar bijzonderder was misschien nog wel het feit dat er geen kleedkamers zijn. En dat de worstelaars zich gewoon op de tribune omkleden. En als dat dan gewoon voor je neus gebeurt... I rest my case.












Tuesday, 2 September 2014

Gevangen in Beton

Ulaanbataar, een bijzondere stad. Oude tempels die volledig omgeven worden door betonnen kolossen in aanbouw en nieuwerwetse kantoorgebouwen. Oud ontmoet nieuw, maar niet op de meest respectvolle manier.
Afgelopen zondag het grootste klooster van UB bezocht en ook hier old meets new. Maar als je eenmaal een stap over de drempel van de poort heb gezet ben je volledig weg van al het nieuwe. Terug in de tijd. Waar de duiven regeren op het plein. Vrouwen in prachtige gewaden rondlopen en de nog jonge monniken snel een sprintje over het plein naar ingang van de tempel trekken, zich niets aantrekkend van de duiven die verdwaasd opvliegen. Hier terug in de tijd heerst een oase van rust. Bijna iedereen koopt voer voor de duiven die ook niets anders verwachten dan gevoerd te worden. En het voer kun je bij elke poort kopen. Dit zijn de bijzondere momenten. Gewoon zitten. Kijken, Afwachten. Peinzen. Lachen. Schrijven. Fotograferen. Ik zit vlak bij de ingang van de tempel en hier staat een groot "vat" met wierook. Dit is de plek waar iedereen een rondje om heen loopt. Tassen, portemonnees en handen worden in de rook gehouden. En bij het stilstaan wordt met de handen de rook over het gezicht gewaaid. Uit respect de hoed of pet af en het hoofd leunend tegen een van de uitsteeksels. Verderop draaien de gebedsrollen. Op 3/4 van de rij met deze gebedsrollen staat in de hoek een paal die duidelijk onderdeel uitmaakt van deze processie. Mensen raken de paal aan. Steken geld in een van de gleuven en prevelen met hun hoofd en handen tegen de paal hun gebeden. Ook bij een van de andere tempels staat een soortgelijke paal. Maar van een heel andere orde. Deze staat vrij en op een klein plateau. Het lijkt een samenscholing van zoveel mogelijk mensen die op het plateau willen staan en moeite doen om de paal met in ieder geval een hand aan te raken. Een bijzonder tafereel.
Aan het einde van de dag beland ik op het plein met het standbeeld van Chinggis Khaan. Het plein is groots, net als het beeld. Op het plein kun je fietsen huren! om vooral op het plein rond te fietsen. En voor de kinderen zijn er door de ouders op afstand bestuurbare auto's, scooters en meer. En natuurlijk kun je je ook laten fotograferen in een speciaal daarvoor ingericht parkje met bloemen en een bruggetje. De mensen poseren alsof ze van beton gemaakt zijn. Aan de andere kan van het plein ligt een klein parkje. En hoewel dit parkje langs een van de grote wegen ligt heerst hier wel een oase van rust. En net als in welk ander park ter wereld, ook hier spelen de mannen rustig een potje schaak! Kan iemand me vertellen waarom het altijd de mannen zijn die schaken, dammen of domino spelen? Nog nooit ben ik schakende of dammende dames tegen gekomen!

In huis bij mensen zijn is bijzonder. En ik voel me ook wel een beetje bezwaard. De vrouw des huizes ligt in het ziekenhuis. De dochter van 19 runt het huishouden en pa werkt zo ongeveer dag en nacht. Als ondersteuning zijn de zoon en schoondochter met hun kleine baby van 2 maanden ingetrokken. We leven met zijn 5-en en een baby in een 3 kamer appartement. Waarvan ik een kamer voor mezelf heb, en een van de andere kamers ook dienst doet als huiskamer en keuken. Slapen gebeurt op matrassen op de grond (ik heb overigens een gewoon bed). En ondertussen doen ze er alles aan om het mij naar de zin te maken. Bakt de dochter 's ochtend een eitje voor me en kookt de schoondochter 's avonds. En ik mag niets doen... Anders dan zitten en mee eten. En drinken van de arak (gefermenteerde paardenmelk) die prikkelt op de tong, zuriger smaakt dan karnemelk en een afdronk heeft die op scherpe geitenkaas lijkt... Cheers!












Friday, 29 August 2014

Twilight Zone

Hier zwerf ik rond. In de twilight zone, de schemer van de nacht, zwervend tussen tijdzones met alleen mijn gedachten. Op mijn oren Sam Smith die zingt "the darkness is surrounding you, this is my world, this is my choice". Alsof hij lijkt te weten hoe ik me voel. Een wereld vol avontuur en uitdagingen. Dat zenuwachtige onderbuik gevoel van een nieuw avontuur. Tijdelijk achterlaten van het bekende. Even mijn hand op mijn schouder, wetend "i carry your heart with me", meer dan bij andere avonturen zijn ze bij me. Nu de rust vinden na hectische weken. Maar ik ben er klaar voor. Klaar voor dit avontuur. Inclusief al mijn onzekerheden. Klaar voor nog een bredere horizon, jumping into the great unknown. Een avontuur als retraite met als inzet mijn hart, mijn ziel. Beter dan ooit weet ik waar mijn passie ligt. In dit avontuur komt het allemaal samen. Maar vooralsnog zit ik nog even in de Twilight Zone!

Thursday, 28 August 2014

The Great Unknown. Hoge hakken en thermo ondergoed.

Mongolie. Het land van Dzjengis Khan, groene vlaktes, helder blauwe luchten, diep blauwe meren en witte bergtoppen. Toendra's, steppe, bergen en woestijn. Mannen op paarden. Ronde hutten. Ongerept, ruig en onbekend. Een land ingeklemd tussen China en Siberie. Ruim 3 miljoen inwoners waarvan er ongeveer een miljoen in de hoofdstad Ulaan Bataar wonen.

En ja, ik kijk er naar uit. Met gepaste spanning. Zenuwachtig alsof ik voor het eerst op reis ga. Ik weet niet wat ik moet verwachten, wat ik kan verwachten anders dan de plaatjes in mijn hoofd. Plaatjes gevormd door films en foto's. En daar houdt het op. Pas als ik daar ben weet ik of de beelden ook de werkelijkheid zijn.

Kortom er staat mij een spannend avontuur te wachten. Wat mij betreft een van de spannendste avonturen. Omdat het zo onbekend is. Omdat ik niet weet wat ik kan verwachten. Maar ik ga me onderdompelen in het onbekende. Ik ga genieten. Volop genieten!

Opnieuw ga ik eerst werken. Twee weken een business strategy / marketing aanpak voor het Credit Guarantee Fund of Mongolia. Ik logeer twee weken bij mensen thuis. Ook dat is spannend. En na die twee weken is het tijd voor nog meer avontuur. Eerst naar het zuiden. Woestijnen, rode rotsen, en zandduinen. En dan weer naar het noorden. 2 dagen paard rijden om het gebied van de sjamanen te bezoeken. het land van het Rendiervolk. En als klap op de vuurpijl het Golden Eagle Festival in Olgii. Een mooiere afsluiting kan ik me als fotograaf niet voorstellen.

De eerste twee weken heb ik internet, maar de weken daarna is het kamperen, back to basiscs, overnachten in een ger of in een tent. Temperaturen die ook al tot ver onder nul kunnen zakken...

Tot snel!


In de foto hieronder de route die ik ongeveer ga maken.



Sunday, 12 January 2014

Cuba. After the jetlag.

Maandag ochtend. Het is nog donker, nat, grauw en grijs, een maandagochtend zoals die alleen kan zijn tijdens een winter in Nedferland. Als ik mijn auto start schalt de muziek uit de luidsprekers en meteen ben ik weer terug in Cuba. De muziek is van een bandje dat speelde in Trinidad.

Het is nog best vroeg, de meeste toeristen slapen uit. Ik zit op een bankje op een klein pleintje en kijk hoe de stad ontwaakt. Op een van de bankjes zit een wat oudere man de krant te lezen, een andere man met een gitaar gaat bij hem zitten en ze praten wat, dan schuift er nog iemand aan en dan wordt het mij duidelijk dat de bank het verzazmelpunt is van een bandje. Uit de kerk tegenover het plein worden krukjes gehaald, alles wordt is stelling gebracht en dan gaan ze los. Chan Chan is het eerste nummer. En ik bekijk het van een afstandje, verwonder me weer over hoe makkelijk hier alles gaa, zo af en toe een foto makend. De gitarist van de band loopt op me af. Vraagt me of ik de muziek leuk vind en vraagt welk nummer ik wil horen. Ik zie de gezichten van de mensen op het plein verbaasd kijken als het volgende nummer aangekondigd wordt: "La siguiente canción es para una dama muy agradable que disfruta de nuestra música" en wijst vervolgens mijn richting uit. Ik bloos en glimlach vriendelijk wetend dat mijn rode haar en mijn camera ervoor zorgen dat ik vooral even niet in de menigte op kan gaan. Maar het heeft ook voordelen. Ik heb gister Trinidad verkend. Rondgelopen, rondgekeken, me de stad eigen makend. Nu opniew rondlopen en op weg naar die plekken die ik nog een keer wilde zien. De mensen groeten me vriendelijk, maken dat ik me op me gemak voel, geen toerist meer ben.

Op sommige plekken voelde ik Cuba door mijn aderen stromen. Ook hier in Trinidad en de afgelopen dagen in Cienfuegos. Voor ik naar Trinidad reed, reed ik in Cienfuegos langs mijn favoriete terras. Nog voor ik kon gaan zitten werd er al gevraagd of ik een cafe con leche wil. De overduidelijke toeristen aan het tafeltje naast me die nog moeten bestellen kijken me verbaasd aan. En ik glimlach en geniet. Cienfuegos was ook duidelijk zo'n plek waar ik me thuisvoelde. Hoewel dat maatpak wel wat aanpassingen nodig had. Het duurde even. Ook in Cienfuegos speelt het leven zich af op straat, maar anders dan in Havana. Ik weet niet goed te omschrijven hoe anders. Misschien minder volks. En daar zullen de relatief goed onderhouden straten en huizen ook wel een rol in spelen. Ik heb er wel mixed feelings over. De huizen hebben geen ramen maar tralies en luiken voor de ramen. Veel oudere mensen zien letterlijk achter de tralies het leven aan zich voorbij gaan. Opgesloten in hun eigen huis, binnen en buiten. De uien en knoflook verkopers verkopen luidkeels hun waar: Cebollas, Cebollas! En met strengen uien en knoflook om hun lichaam lopen ze de huizen langs. Een oude vrouw bedelt, een kleurig heiligen beeld kijkt stilletjes door een kier in de openstaande deur toe hoe een man met een gitaar over zijn schouder de straat oversteekt. En dat is maar een greep van hoe het leven er hier uitziet. Denk daar nog salsa muziek bij en mannen die op straat aandachtig en fanatiek domino spelen aan een wankel tafeltje. Dan heb je een idee. Alleen maar een idee... want je vergeet dan naast de voorliefde voor muziek ook de voorliefde van de Cubanan voor ijs. Waar je ook bent, waar je ook kijkt er is altijd iemand ijs aan het eten. Jong, oud, dik, dun, rijk, arm. Ijs lijkt een van de eerste levensbehoeften te zijn, het tijdstip maakt niet uit. En als ik dan nog even het terras van Palatino aan doe schalt Hotel California uit de luidsprekers. Tijd om te mijmeren...

En te mijmeren dat doe doe ik ook op een punt zo'n 15 km buiten Trinidad. Een uitzicht punt waar er geen einde aan het uitzicht lijkt te komen, simpelweg omdat de zee en de lucht naadloos in elkaar overlopen. En daar overpeins ik het afgelopen jaar...

Cuba was een mooi avontuur. Een bijzonder land waar ik me opnieuw thuisvoelde!








Friday, 3 January 2014

Afscheid nemen

Wegrijden uit Havana vervult me een beetje met weemoed. Havana paste me al bij de eerste voet op Cubaanse bodem als een goedgesneden maatpak. Ik voelde me thuis. Voelde me er als een vis in het water. De mensen. De atmosfeer. De salsa. De muziek. De oude auto’s. De flirts. De temperatuur. Havana is een stad waar ik mijn draai niet hoefde te vinden. De match was er gewoon. De relaxedheid. De grote hoeveelheid terrasjes met live bandjes. Aardige mensen. Openheid.

De huurauto heeft zijn beste tijd gehad. Een oud beestje vol deuken, roest en ruim een ton op de teller. Het heeft een voordeel, ik zie er met deze auto niet uit als een rijke toerist! Maar de auto heeft helaas meer na- dan voordelen. De koppeling werkt niet echt goed en het gas hapert zo af en toe. 80 is het maximum. Niet echt veilig. Als ik in Pinar del Rio langs het kantoortje van de verhuurmaatschappij rijd weet ik het wel. Stap naar binnen en klaag. En geen probleem. Ik krijg iemand mee die me naar de garage brengt, de auto wordt gefixed en ik kan weer op pad. Dacht ik… Want als ik halverwege Vinales ben, inhaal en gas wil geven zegt de auto HO en stopt er mee. Ik besluit om te draaien en weer gewoon naar de garage te gaan om verder te klagen. Kom hortend en stotend daar aan. En daar krijg ik te horen dat de auto niet meer gemaakt kan worden. En een andere auto is er pas vanaf een uur of 5. Dat betekent dat ik nog 2 minimaal twee uur vast zit in een stadje waar even niets te doen is… Na dik twee uur wachten zitten de tranen hoog. Het is bijna vijf uur, begint donker te worden en ik moet nog maar in Vinales zien te komen. De man van het kantoortje weet het ook niet meer en besluit me een luxe auto mee te geven, die dan wel dinsdag, als ik richting Sorao gaat weer terug moet. En zo kom ik bekaf en hongerig aan bij de casa waar ik slaap.

En dan een dag later hier, aan het einde van de dag op een plek met een naam vol hoop, Puerta Eperanza. En word ik uitgenodigd door een vrouw om koffie te komen drinken. Waarom? Ze is jaloers op mijn rode haar! En zo zit ik nog geen twee minuten later aan tafel met 4 generaties vrouwen. Oma, mama, dochters en kleindochter. Gewoon aan de koffie. Vrouwenpraat. Over hun. Over mij. Over eten. Over makeup. Over het leven. En er niets voor terug willen hebben anders dan mijn gezelschap. Als ik even naar buiten loopt wordt ik aangesproken door een man die met zijn vechthanen wil laten zien. Maar ze mogen niet op de foto! En ondertussen doet hij me een aanzoek. Zo makkelijk gaat dat hier. Net zo makkelijk als het accepteren van een nee. Ik lach en verwonder me weer. Verwonder me over het hoge testosteron gehalte van de mannen, die kusgeluiden maken als je langsrijdt. Vanaf de kant van de weg roepen dat ze van je houden of simpelweg Beso!
Ik verwonder me over de schoonheid van het landschap. De openheid van de mensen. De oprechte spontaniteit. En ja, ik zal dit gebied missen, samen met Havana. Maar meer nog zal ik Puerta Esperanza missen. Simpelweg omdat wat er gebeurde zo bijzonder was. Mijn nieuwe vriendinnen. Disfruta!

De lucht is bezaaid met sterren. De zee ruist zacht en slaat kleine golven stuk in de branding. De wind is koel en warm tegelijk. Een welkome afwisseling met de brandende zon van vanmiddag. Het hotel dat ik hier geboekt heb heb ik gelaten voor wat het was. Voelde me er niet thuis. Onpersoonlijk. Niet de plek waar ik op dat moment wilde zijn. Heb een casa particular aan het strand. De sfeer is open en intiem tegelijk. Een klein terrasje achter het huis grenst aan het strand. Voeten in het zand en schommelen op de schommelstoel.

De dag begint in de zon
Buiten
Terwijl de wind
De spiegel
Van het water doorbreekt
En samen met de zon zorgt
voor een warme omhelzing

En opnieuw doet afscheid nemen pijn. Dit was de plek waar ik wilde zijn. Deze plek was voor twee dagen meer dan mijn huis. Plezierig gezelschap. Salsa pasjes na het eten. Ontbijten bij de opgaande zon terwijl het leven langs het strand langzaam op gang komt. Alleen het geluid van de branding, het ruisen van de wind en flarden salsa klanken doorbreken de stilte van de ochtend.